Een verdwenen dorpsicoon aan De Boarn
Aan de oever van De Boarn, vlakbij de voormalige Rooms-Katholieke kerk, stond ooit een markante molen die tientallen jaren een belangrijke rol speelde in het dorpsleven en de lokale economie: de Nijdam Molen.
Ondernemersgeest aan het water
In de 19e en begin 20e eeuw was De Boarn een drukke vaarroute tussen Groningen en Amsterdam. Goederen werden vooral per schip vervoerd, waardoor locaties aan het water ideaal waren voor bedrijvigheid.
Hoite Hendriks Nijdam, een vermogende boer/koopman uit Grouw zag die kans. Op 17 maart 1877 vroeg hij toestemming aan het gemeentebestuur van Rauwerderhem om een molen te bouwen op een stuk weiland aan de Boorn, bij het huis van timmerman Rommert Elzinga.
Zijn plan: een molen die zou dienen voor:
- het persen van olie uit lijnzaad
- het maken van lijnkoeken (veevoer)
- het zagen van hout
Belangrijk detail was dat de molen uitsluitend door wind zou worden aangedreven — niet door stoom. Volgens de bijgevoegde tekening ging het om een strook van 28 m langs de oever, met een diepte van 9 m. Nog dezelfde maand schreef het RK kerkbestuur hem dat zij besloten had “tegen de plaatsing van den molen geene bezwaren in te dienen, derwijl het ons voorkomt dat het geruisch geen groote last zal veroorzaken bij het houden der godsdienstoefening. Teneinde echter het geluid zooveel mogelijk te verminderen in de rigting van de kerk, zoude het dienstig zijn de bijgebouwen als pakhuizen aan de noordzijde van de fabriek te stellen, het geruisch van de stampers en slagers zoude, dunkt ons, daardoor wel worden tegengekeerd”..
De vergunning werd snel verleend en 1878 werd de molen gebouwd.
Een molen met twee seizoenen
De Nijdam Molen was bijzonder omdat hij twee functies had:
- Winter: oliemolen
- Lijnzaad werd aangevoerd per schip
- Olie werd geperst voor onder meer verffabrieken
- Lijnkoeken werden verkocht als veevoer
- Zomer: houtzaagmolen
- Hout werd gezaagd
- Onderhoud vond plaats
Zo kon de molen vrijwel het hele jaar draaien — mits er wind was.
In het molen werkten twee meesterknechten, toevallig allebei Pieter. Daarom stonden zij bekend als:
- Piter-oalje (Pieter de Vries)
- Piter-hout (Pieter Roodbergen)
De lijnkoeken van Nijdam kregen een uitstekende reputatie bij boeren. Ze stonden bekend als voedzaam en vet. De letters G.H.N. dienden als fabrieksmerk.
Ondernemen in een veranderende landbouw
Hoite Nijdam en zijn zakenpartner Homme Dijkstra (met wie hij eerder al een molen in Grouw had gebouwd) speelden in op veranderingen in de landbouw:
- betere veestapels
- opkomst van kunstmest
- toenemende vraag naar veevoer
Hoewel kort na hun investering een landbouwcrisis uitbrak, bleek de molen een succes.
Later breidde Nijdam zijn activiteiten uit. In 1892 kreeg hij vergunning om petroleum op te slaan — een teken dat hij inspeelde op de opkomst van nieuwe brandstoffen voor verlichting.
Vernieuwing: elektriciteit
De molen bleef zich ontwikkelen.
- 1909: zelfzwichting aangebracht, d.w.z. dat de wieken werden voorzien van kantelbare kleppen die automatisch hun stand aanpasten aan de kracht van de wind.
- 1911: aansluiting op elektriciteit
Jirnsum kreeg vroeg elektrische stroom en de molen werd uitgerust met een 30 pk motor. Daarmee kon ook worden gewerkt als er geen wind stond.
De Nijdam Molen was daarmee het eerste bedrijf in het dorp dat krachtstroom gebruikte.
De laatste molenaar was Roel Bijlsma.
De brand van 1915
Op de avond van 4 mei 1915 sloeg het noodlot toe.
Rond kwart voor tien brak brand uit in de molen. Binnen korte tijd stond het grotendeels houten gebouw in lichterlaaie. In de molen bevonden zich:
- circa 70 vaten olie van elk 185 liter.
- grote hoeveelheden lijnzaad
Dit maakte de brand bijzonder hevig.
Een sterke oostenwind blies vonken richting omliggende huizen. Meerdere keren ontstonden kleine branden aan nabijgelegen woningen.
De Jirnsumer brandweer kon uiteindelijk voorkomen dat het vuur zich verder verspreidde. Ondanks de enorme hitte en ontploffende olievaten bleven de omliggende huizen gespaard.
De molen zelf ging volledig verloren.
De oorzaak van de brand is nooit vastgesteld.
Het einde van een dorpsbaken
Met de brand van 1915 kwam een einde aan bijna 40 jaar bedrijvigheid aan de Boorn.
De Nijdam Molen was meer dan een werkplaats — hij stond symbool voor:
- ondernemerschap
- technologische vernieuwing
- de agrarische ontwikkeling van de streek
Hoewel de molen verdwenen is, herinnert de straat Molehiem en het monument dat Stichting Molehiem op 29-10-2022 liet onthullen, ons nog altijd aan deze molen.

Hoite Hendriks Nijdam

Hepkema’s Courant, 5 mei 1915

Leeuwarder Courant, 5 mei 1915

Herinneringsmonument van Kees Rietveld onthuld. Foto: Simon Bleeker Fotografie

