Voornaam:

Jacob Ruurds

Achternaam:

Nijdam

Geboortedatum:

Overlijdensdatum:

Jacob werd geboren op 1 mei 1847 en was een telg uit een boerenfamilie die eeuwenlang in het dorp woonde. Hij was de jongste zoon van Ruurd Klazes Nijdam en Tetje Gerbens Sienema, die in 1824 waren getrouwd. De oorsprong van de familie Nijdam vinden we op de boerderij Nijdamstra-state, gelegen ten noordoosten van Jirnsum, aan de weg naar Grou. Hun voorvader Willem Willems de Oude was hier omstreeks 1580 boer en talrijke nazaten woonden (en wonen) in deze contreien.

Hij kon goed leren, hield van het buitenleven, maar werd geen boer. Hij kwam in de leer bij een architect in Leeuwarden. Daarna mocht hij bouwkunde studeren in Groningen, waar hij een opleiding volgde aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Vrijwel direct na zijn afstuderen kreeg Jacob een baan als gemeentearchitect van Rauwerderhem. Dat was een prima start, want hij genoot een vast salaris en mocht daarnaast voor eigen rekening werken.

Rond zijn 30e jaar was Nijdam reeds een succesvol architect. Het was in de tijd van de agrarische hoogconjunctuur, toen het de boeren goed ging en de renteniers grote huizen lieten bouwen. In diverse Friese plaatsen staan nog talrijke gebouwen die hij heeft ontworpen.

Jacob Nijdam maakte naam met het ontwerpen en bouwen van de nieuwe NH-kerk, tegelijk met een school en een schoolmeesters huis in Jirnsum.

A stone plaque commemorating the laying of the first stone on May 19, 1877, mentioning individuals A.H. van Slooten, F.I. de Haan, and F.P. de Jong, and the architect J.R. Nijdam in Irnsum.
Gevelsteen van de voormalige N.H. Kerk

Voorlopige inventarisatie van Nijdam’s gebouwde nalatenschap

1871 – zijn eigen huis, waar later Jaap Riemersma een timmerwerkplaats had
1875 – huis van Rinze S. van der Goot, thans bewoond door K. Hylkema
1877 – huis van Bauke Annes Boersma, later Bordaa Hûs genoemd
1877 – huis van Visser te Grouw (houthandelaar Ysbrand G. Visser?)
1877 – hervormde kerk + schoolmeestershuis + lagere school
1878 – stelpboerderij van de familie Schoustra op Kerkeburen
1878 – doopsgezinde pastorie
1882 – boerderij te Bozum
188x – school te Poppingawier
1888 – zuivelfabriek met de bijbehorende directeurswoning
1889 – pastorie van de NH-kerk, thans bewoond door fam. Gerber

In 1871 trouwde Jacob Ruurds Nijdam met Wobbina Janssen

Op 11 maart 1871 had Jacob Nijdam, als “bouwkundige te Groningen”, een huis in Rauwerd gekocht voor fl. 3.156. Korte tijd later, op 29 mei, trouwde hij te Rauwerd met Wobbina Janssen. Zij was een dochter van Willem Antonius Janssen, kleermaker en lakenhandelaar te Leeuwarden.

Er zal veel over dit huwelijk gesproken zijn, want Jacob was maar liefst 11 jaar jonger dan zijn bruid, die van 1836 was… Ongeveer vier jaar voor hun trouwen had hij haar voor het eerst gezien in Akmarijp en tegen zijn broer Keimpe gezegd: “dat wordt mijn vrouw”. Wobbina zei geen ja en geen nee maar had geantwoord: “Kom maar eens terug als je een gezin kunt onderhouden!”

Begin augustus 1871 vertrok het echtpaar naar Jirnsum, waar ze voor fl. 2.800,- het huis van meester timmerman Abraham Jacobs van der Meer aan de Rijksstraatweg hadden gekocht. Vermoedelijk heeft Jacob Nijdam het helemaal afgebroken en op dezelfde plek een nieuw huis gebouwd.

Nijdam wilde “uitzicht op de haven” en maakte de woonkamer ruim een meter boven straatniveau. Tegen de rechter zijmuur was een trap naar een bordesje bij de voordeur, wat het tot een bijzonder huis in het dorp maakte. Ook in zijn latere werk als architect zocht Nijdam het duidelijk “in de hoogte”, want de ruimtes in gebouwen van zijn hand waren doorgaans hoger dan die van zijn tijdgenoten.

Aanvankelijk werkte hij als aannemer, die alle voorkomende timmermanswerk deed en ook het tekenwerk voor zijn rekening nam. De werkplaats was in de kelder, waar enige timmerlieden onder leiding van meesterknecht Romke Visser o.a. het houtwerk maakten dat de boeren in de omgeving nodig hadden. Later ging Jacob Nijdam zich vooral toeleggen op het architectenwerk.

Op 18 juni 1872 werd dochter Tetje geboren; ze zou het enig kind blijven in het gezin van Jacob en Wobbina. Haar vader maakte zelf allerlei speelgoed, zoals een houten winkeltje. Ook kocht hij vaak kinderboeken voor haar. Na de lagere school, waar Sjoukje Blaauw haar vriendin was, bezocht ze de HBS in Leeuwarden. Hier was ze bij een weduwe in de kost. Op zaterdagmiddag kwam ze weer met de trein terug en moest dan een klein uur lopen van het station Grouw-Irnsum naar haar ouderlijk huis.

Nijdam had een kalme opgewekte natuur en hij werd alom geacht. Hij was goed bevriend met Meester Blaauw en hij onderhield ook nauwe contacten met Rinze van der Goot en dominee Dingemans. Zij waren de drijvende krachten achter gezellige avonden met voordrachten en diverse toneeluitvoeringen in het dorp.

Jacob Nijdam was lange tijd voorzitter van de IJsclub

In november 1873, tijdens de jaarlijkse ledenvergadering der IJsclub Irnsum, ten huize van kastelein Zweitser, werd Nijdam gekozen tot bestuurslid. Daaraan voorafgaand was hij al lid geweest van de kascommissie. Dezelfde maand nog vergaderden de nieuwe bestuursleden bij kastelein R. Elzinga “ten einde de betrekkingen onderling te regelen”. Nijdam werd President (voorzitter), Jisk J. de Boer “visa” (2e voorzitter), R. Wartena (die bakker was) secretaris, F.H. Lycklama à Nijeholt penningmeester en H. J. Hingst gewoon bestuurslid. Nijdam zou voorzitter van de ijsclub blijven, zolang hij in Irnsum bleef wonen.

Uit de notulen van de ijsclub in 1883/84: “President J. Nijdam wil een ijstent aanschaffen, hetgeen door de leden wordt toegestaan onder voorwaarde dat het niet meer dan fl. 100,- mag kosten. Nijdam zal zelf plan en tekening maken”. Het jaar daarop lezen we dat Anne Damsma laagste inschrijver was met fl. 89,- en dat G. Postma het verfwerk verzorgde voor fl. 9,90. Alles was dus precies binnen het budget gebleven!

In het huis naast de familie Nijdam woonde het gezin van turfschipper Jacob Floris Jorna. Zij hadden een knappe dochter, die op 18 jarige leeftijd ten val kwam bij haar werk als boerenmeid en verlamd raakte. Van deze buurman Jorna kreeg (of kocht) Jacob Nijdam een oude klok, die tot op heden bewaard is gebleven.

Een man van de wereld met gevoel voor tradities

Jacob Nijdam was een ontwikkeld man, die een eigen bibliotheek van meer dan 100 boeken vergaarde over bouwkunde, meetkunde, werktuigkunde, kustgeschiedenis, maar ook literaire werken van Goethe en Dickens.

Hij wist wat er in de wereld te koop was en kwam onder meer in Den Haag, maakte een reis langs de Rijn en bezocht de wereldtentoonstelling van 1895 in Brussel.

Toch had hij ook zijn huiselijke kant, want uit een door hem zelf geschreven inventarislijst blijkt dat hij van een goed glas wijn hield. Dochter Tetje kreeg een piano en hij zorgde zelf voor het overschrijven van de muziekbladen. Daarnaast maakte hij houtsnijwerk in de stijl van de oude volkskunst.

Nijdam zorgde er ook voor dat een houten beeldje uit 1672, afkomstig uit de oude kerk op de terp, bewaard is gebleven. Dit houtsnijwerk, met het wapen van Rauwerderhem, kreeg een plekje in de nieuwe kerk.

Beëindiging van de timmerzaak en verkoop van het huis

In november 1889 verkocht Jacob Nijdam zijn huis in Jirnsum voor fl. 2500,-. Het object werd als volgt omschreven: “Een huis met timmerschuur, steeg, erf en grond, gelegen in de buurt te Irnsum, kadastraal C1142. Huis werkplaats en erf groot 2 are en 60 ca. In de koop is begrepen de grond vóór huis, over de openbare straat, van de straat af tot het stalt, zoo als op het terrein door scheidingswerken zichtbaar is aangeduid”. Het stukje grond voor het huis, aan de dorpshaven, hoorde toen nog bij dit perceel.

Het huis in Irnsum werd gekocht door eerder genoemde broer Keimpe Nijdam (1844-1919) en diens vrouw Jetske Sjerps Piersma. Zij waren toen nog boer bij Rauwerd en wilden er met ingang van 12 mei van het daaropvolgende jaar gaan rentenieren. Vermoedelijk werd de gemeente architect Tjerk Fokma de volgende bewoner van dit huis. Later had Jaap Riemersma hier zijn timmerzaak, ook weer met de werkplaats onder het woongedeelte.

Op 17 april 1890 verkocht Nijdam de materialen en gereedschappen uit zijn timmerwinkel. De veiling, onder leiding van notaris Durk Burgij van Roordahuizum, duurde de hele dag van negen tot vier uur. De opbrengst was iets meer dan fl. 150,-. Verkocht werden: bouwmaterialen (zoals stenen, dakpannen, planken en spijkers), gereedschappen (zoals kruiwagens, ladders, boren en schaven) en enig overtollig huisraad, waaronder een secretaire. Tot officiële getuigen waren benoemd de dorpsgenoten Wijbe Mebius, dorpsoproeper, en Hendrik de Haan, gemeenteveldwachter.

De periode in Leeuwarden

Begin mei 1890 verhuisde het gezin naar Leeuwarden en trok in een huis aan de Westerkade (nummer 23), dat Nijdam zelf had ontworpen. Het stond naast een pakhuis, dat hij kort daarvoor voor een klant had gebouwd. Dit nieuwe huis was ongetwijfeld fraai ingericht, getuige een inventarislijst uit 1891, waarin Nijdam de waarde van zijn inboedel taxeerde op vierduizend gulden. Voor dat bedrag kon je toen in Jirnsum twee vrijstaande huizen kopen.

In dezelfde periode werd hij gevraagd als “Keurmeester der Botervaten” voor geheel Friesland. Dit was een belangrijke functie, omdat de kwaliteit van de boterfabricage op een hoger niveau moest komen. Het salaris van tweeduizend gulden per jaar was (voor die tijd) ongehoord hoog, temeer daar het een deeltijdbaan betrof. Voor deze werkzaamheden was Nijdam veel onderweg; hij reisde (vermoedelijk per trein) regelmatig naar Akkrum, Heerenveen en Wolvega.

In Leeuwarden was hij lid van de Liberale Kiesvereniging en de “Vereeniging Voor Vaderland en Oranje”. Verder leidde hij jongens op tot bouwkundig tekenaar. In 1896 werd Nijdam voorzitter van het uitvoerend comité voor de Nationale Tentoonstelling, die in juli van dat jaar in Leeuwarden plaatsvond. Als aandenken kreeg hij na de goede afloop van dit gebeuren een zilveren horlogeketting met penning.

Het einde kwam voortijdig, tijdens familiebezoek in Jirnsum

Jacob Nijdam stierf op 18 april 1897, net geen 50 jaar oud, aan de gevolgen van een doorgebroken maagzweer. Hij was toen in Jirnsum op bezoek bij Cornelis Klazes Nijdam, een ver familielid. In de overlijdensakte werd geschreven dat hij ‘keurmeester der botervaten’ was.

Ook na zijn dood bleek hij in staat zijn gezin te onderhouden, omdat hij genoeg voor hen gespaard had. Zo waren er inkomsten uit een stuk land van de oude familieboerderij (dat t/m mei 1907 werd gehuurd door Doeke Pasma en daarna door Doeke v/d Weide) en rente op obligaties van de zuivelfabrieken van Jirnsum en Wirdum. De rest van zijn nalatenschap was belegd in Russische obligaties, maar daarop werd na de revolutie van 1917 helaas niets meer uitbetaald.

Jacob Nijdam werd begraven te Jirnsum, in een loden kist zoals hij had gewild. Zijn weduwe heeft later bij familie in Voorburg gewoond, maar werd na haar overlijden in 1925 eveneens in Jirnsum begraven.

Hun enig kind, Tetje Nijdam (1872-1948), trouwde in 1899 met Johannes Antonius Janssen (1868-1918). Ze woonden eerst in Leeuwarden, waar hij een betrekking had bij de Stads-armenkamer, maar verhuisden in 1909 naar Voorburg.

Jacob Ruurds Nijdam in verhalen

Geen items gevonden. Help jij mee deze pagina compleet te maken? Geef het door via ons Contactformulier.

Jacob Ruurds Nijdam Beeldbank

Overige gerelateerd aan Jacob Ruurds Nijdam

Mis je nog informatie? Help mee deze website compleet te maken! Geef het door via ons Contactformulier.